Rondrennen | Luchtalarm Blog 8 |

- Dit blog is geschreven door Miriam Mikkers, leesconsulent bij De nieuwe bibliotheek, eindredacteur bij Jong in Almere en boekblogger bij Just One More Book.

Een tijdje terug heeft Groot Wild mij benaderd om een blog te schrijven, wat ik ontzettend tof vind. Maar ik moet je ook eerlijk bekennen, ik vond het moeilijk! Waar ga ik het over hebben? Over de culturele sector, mijn eigen werk in de bibliotheek? Ik besloot om beiden te doen. Sinds mijn 17e, ik ben nu 27 jaar, heb ik gewerkt in de culturele sector van Almere. Ik heb stage mogen lopen bij theater & cultureel centrum de Glasbak en bij Talent Academy. Misschien heb je mij nog rond zien rennen bij Poppodium de Meester, Popronde of op Bevrijdingsfestival Almere. Momenteel ren ik nog steeds, maar dan in de nieuwe bibliotheek Almere. Een paar jaar geleden besloot ik de opleiding te volgen om bibliothecaris te worden. En ja, de opleiding bestaat echt. Ik vind lezen namelijk leuk en fijn en heerlijk en ga maar door. Ik zet mij nu minder in voor de jongeren in de cultuursector maar des te meer om de jongeren in de bibliotheek te krijgen. Een hele uitdaging (ik weet het) en dan ga ik nog niet eens beginnen over leesbevordering.

In januari 2018 kwam het grote nieuws naar buiten. De kranten stonden er vol mee en het was overal op het nieuws. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat jongeren steeds minder boeken zijn gaan lezen. In 2006 las 65% procent tieners thuis nog af en toe een boek. In 2016 was dat 40% van de jongeren; dat is minder dan de helft. Verder is er ook een daling te vinden bij de jongvolwassenen. Dat is namelijk teruggelopen van 87% naar 49% in 2016. De grote vraag die ik mezelf dagelijks stel is: hoe kunnen we de bibliotheek weer cool, hip, tof en awesome (of welke woorden er nu ook gebruikt worden) maken onder de jongeren? Hebben we nog steeds het suffige en stoffige imago onder de jongeren?

Miriam Mikkers, met een t-shirt van de READ community aan.

Miriam Mikkers, met een t-shirt van de READ community aan.

Helaas heb ik hier het concrete antwoord niet op, sorry. Maar dat de nieuwe bibliotheek zijn best doet? Zeker weten. Binnenkort bestaat ons nieuwe filmhuis 5 jaar, is er afgelopen mei de nieuwe Hackerroom geopend, bestaat er een READ community én heeft de bibliotheek een aantal oplaadpunten voor je mobiel. Oh, en een heleboel boeken. Want daar draait het nu toch allemaal om? Natuurlijk. Lezen, literatuur, lezen voor de lijst, allemaal saai. Nee. De nieuwe bibliotheek is er voor iedereen om van alles te kunnen doen: om films te kijken, te gamen, boeken te lezen, een voorstelling te kijken, voorgelezen te worden en nog zoveel meer. We gaan mee met de tijd en natuurlijk moeten we de boeken niet vergeten, maar de bibliotheek is meer dan alleen boeken.

Je zult mij zien rondrennen in de bibliotheek, op bassischolen en  op middelbare scholen om het leesplezier te vergrote. Ook online ga ik aan de slag voor onze Almeerse jongeren, als eindredacteur voor JonginAlmere. Ik ben er nog lang niet, bibliotheek en jongeren. Maar ik ga mijn best doen, beloofd.

 

Is er echt zo weinig te beleven in Almere? | Luchtalarm Blog 7 |

- Dit blog is geschreven door Danitsja Scharn-Koster, allround redacteur en producer. -

Vlak voor de zomer kwamen de berichten over de Cultuurindex naar buiten. Almere brengt het er niet goed vanaf. Met een beschamende 49e plaats bungelen we onderaan de lijst van grootste gemeenten in Nederland. Is er dan echt zo weinig te beleven in deze stad?

Wanneer ik in het centrum loop ben ik elke keer weer verbaasd hoeveel er in Almere word georganiseerd. Festivals, musicals, comedy, toneel, muziek en noem het op. Als je weet waar te kijken kan je elk weekend hier blijven en hoef je je niet te vervelen. Plekken als KAF en de Meester zitten regelmatig afgeladen vol. De verschillende theatergroepen doen hun best de voorstellingen aan de man te brengen en zelfs in de Nieuwe Bibliotheek staat de evenementenkalender vol. Hoezo staat Almere op plek 49?

Sinds mijn 16e ben ik al betrokken bij allerlei culturele en mediagerelateerde initiatieven, grotendeels in Almere. Daarom weet ik dat er echt wel wat te beleven is in deze grote stad. Er zijn talloze initiatieven voor en door Almeerders, dat is denk ik zowel de kracht als de valkuil. Grote namen komen gelukkig ondertussen wel naar het KAF en de Meester of grote evenementen, maar de meeste andere initiatieven op het gebied van muziek en toneel moeten het hebben van lokale acts. En dan is de zaal soms slechts gevuld met de moeder van de hoofdact en drie actief betrokken Almeerders. Dat is zo zonde!

Scène uit de futuristische stadswandeling '2089' van Groot Wild, door de Bertus Big Band.

Scène uit de futuristische stadswandeling '2089' van Groot Wild, door de Bertus Big Band.

Almere is op het gebied van cultuur een lastige stad. De gemeente lijkt het niet echt als grote prioriteit te zien, er zijn veel huishoudens waarin cultuur om allerlei redenen niet belangrijk (genoeg) is en veel cultuurminnaars trekken naar Amsterdam om aan hun trekken te komen. Prachtige voorstellingen van onze lokale theatergroepen, initiatieven op het gebied van cultuureducatie en optredens van Almeerse cultuurmakers worden daarmee vaak over het hoofd gezien. Dat terwijl er echt hele mooie dingen worden gemaakt!

Hoe kan dat anders? Support your local heroes zoals ze dat in Amerika zo mooi zeggen. Steun lokale initiatieven, ga eens hier naar het theater in het KAF en daarbuiten, nodig eens iemand uit om iets nieuws te verkennen op cultureel gebied. De politiek blijft in mijn mening te passief om Almeerse cultuur tot een wezenlijk onderdeel te maken van het DNA van de stad. Wij als inwoners met een mooie toekomstvisie voor de stad kunnen hier verandering in brengen.  Dus kruip vandaag achter de laptop en telefoon en schrijf je in voor de nieuwsbrief van Corrosia, plan een avondje naar een van de vele theatervoorstellingen van Groot Wild/Suburbia/SubSub/Bonte Hond, koop een kaartje voor een muzikale avond in de Meester of nodig iemand uit om een van de vele culturele festivals als de Popronde te bezoeken. Een betere wereld begint bij jezelf, ik duik vast in de agenda van het VVV.

Frontier Town - door Alexander del Prado | Gastblog 4 |

- Dit blog is geschreven door Alexander del Prado, singer-songwriter en bandleider van ‘the assorted travellers’. -

Frontier. Het is een Engels woord dat niet goed naar het Nederlands te vertalen is. Het omschrijft het laatste bewoonde gedeelte van een gebied voordat het verandert in een verlaten wildernis. Vanaf de ontdekking van het Amerikaans continent tot aan het eind van de 19e eeuw verschoof de frontier gestaag van de oostkust verder naar het westen, tot het jaar 1890. Toen besloot men dat er geen gebieden meer bestonden die wild en verlaten genoeg waren om de term te rechtvaardigen, en werd de frontier officieel gesloten. Maar gedurende het bestaan van dit geheimzinnige grensgebied bestond er onder velen de uitgesproken wens om er te gaan wonen. To start out West.

Ik stel me voor dat wanneer iemand destijds kenbaar maakte dat hij of zij de wens had om naar het westen te trekken er reacties konden worden verwacht als, ‘echt? Waarom dan? Er is daar toch niks?’
En in zekere zin wás er ook niks. Er was geen kerk, geen theater, geen nachtleven. Sterker nog, er waren geen winkels, geen publieke voorzieningen en er stonden geen huizen. En toch gingen ze. Duizenden, nee, honderdduizenden mensen. Ze kwamen uit New England, uit Virginia, uit de Carolina’s. En ook uit Ierland, Schotland, Engeland, Duitsland en alle andere Europese landen. Ook uit Nederland. Over de beweegredenen van deze pioniers zijn talloze boeken geschreven. Sommige daarvan staan in mijn boekenkast; veel ook niet. Hoe dan ook, ze gingen. Iets riep ze. Iets tussen alles en bijna niets. (Iets tussen Amsterdam en Emmeloord?)

The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

Als je wilde bidden dan kon dat onder een tentzeil. Wilde je een kerk, dan moest je die zelf bouwen. De planken moest je ook zelf zagen. Er was niks. Alles kon nog gemaakt worden. Alles moest nog gemaakt worden. En dat deden de mensen. En als zodanig bepaalden ze zelf hoe deze nieuwe wereld eruit kwam te zien.
En zo veranderden huifkarren in huizen, huizen werden kleine dorpjes, dorpjes werden steden. Bakens van... nieuwigheid, in een eindeloze zee van gras waar nu Texas, Kansas, Oklahoma, Nebraska, Montana, North-Dakota en South-Dakota liggen. De prairie. The Great Plains.

Misschien waren de eerste ‘kolonisten’ in Flevoland wel uit hetzelfde hout gesneden als de mensen die destijds de oceaan overstaken, naar Amerika, en toen steeds verder naar het westen trokken. In Flevoland was er namelijk ook niks. Hier kon ook alles. Kán alles.
Mijn ouders kwamen hier wonen in 1991, een jaar voordat ik werd geboren. Toen was Almere al lang niet meer het kamp op de rand van de wildernis, de frontier town, die ze aan het allereerste begin was. Er was al een winkelcentrum, een filmhuis en er waren een paar kroegen. Maar een grote stad was ze zeker niet, o nee. Misschien was het wel Abilene, Kansas, of Laredo, Texas. Of Omaha, Nebraska.

En ik snap ook wel dat de vergelijking een keer ophoudt. Om Almere als setting voor een western te gebruiken moet je wel goed gaar zijn. En laat ik meteen van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat ik vind dat ons stadhuis (én de Voetnoot) qua architectuur aan een Sovjet- politiebureau doet denken. Maar als ik dan de oude foto’s van settler’s in Nebraska of Kansas bekijk, zwart-wit, met aangekoekte modder op hun laarzen, en ik hou ze naast de nieuwere foto’s van de eerste polderpioniers, dan denk ik vooral, ‘wauw, ze lijken op elkaar man. Cool.’

Polderwerkers omstreeks 1944.

Polderwerkers omstreeks 1944.

Muziek, de rode draad | Luchtalarm Blog 3 |

 - Dit blog is geschreven door Melissa Duijn, Productioneel verantwoordelijke bij Groot Wild -

Het heeft mij welgeteld anderhalf uur geduurd voordat ik de eerste zin op papier heb gezet. Achterblijven kon ik niet, zowel Biza als Chantal gingen mij al voor, er moest een blog van mijn hand komen. Sinds deze wetenschap kijk ik er al enorm tegen op. De normaal zo nuchtere en redelijk stressbestendige ik krijgt hier toch wel de kriebels van. Waarom? Ik ben dyslectisch.

Al sinds mijn jeugd merkten mijn ouders en basisschool-docenten dat ik anders was. Zelfs al in de kleuterklas bleek dat ik anders functioneerde dan de rest van de kinderen. Toen ik afgelopen week mijn kamer in het ouderlijk huis opruimde kwam ik allemaal kunstwerkjes tegen van toen ik jong was. Het merendeel van de tekeningen was ondertekend met Assilem, Melissa achterstevoren geschreven, en ook nog in spiegelbeeld. Graag had ik jullie willen vertellen dat ik toen al mijn kunstwerken maakte onder deze koele pseudoniem, maar helaas was de oorzaak dyslexie.

Toen mijn klasgenootjes begonnen te lezen in groep drie en binnen no-time door de AVI-niveaus heen schoten, bleef ik zwaar achter. Tot mijn frustratie had ik met lezen de grootste moeite, met schrijven al helemaal. Zowel van mijn ouders als remedial teachers kreeg ik dagelijks bijles tot aan groep 8. Toen ik in groep 8 de veelbesproken Cito-toets maakte kwam daaruit dat mijn lezen en schrijven ver onder het gemiddelde lag. Vanuit de basisschool kreeg ik een IVBO (individueel voorbereidend beroepsonderwijs) advies voor de middelbare school, terwijl mijn rekenen en ruimtelijk inzicht juist boven het gemiddelde lagen.

22140407_10155247651569032_1355031845_o.jpg

Ondanks dat ik me onzeker voelde en soms werd uitgemaakt voor dom omdat ik nog op AVI-Niveau 6 las in groep 8, heb ik wel een fijne basisschooltijd gehad. In groep 6 heb ik mijn grootste liefde leren kennen, muziek. Na algemene muzieklessen op het CKV kreeg ik de mogelijkheid van mijn ouders om mij te specialiseren in het bespelen van een muziek instrument; harp. Eindelijk had ik iets gevonden waar ik wél in excelleerde en beter in was dan de ‘rest’. Mede door muziek te maken heb ik meer zelfvertrouwen gekregen en vond ik iets waarin ik mij kan uiten en niet ‘anders’ door voelde.

Toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, pleitten mijn ouders ervoor dat ik in mocht stromen in een HAVO/VWO-klas. Dit lukte en ik koos ervoor om naar het Helen Parkhurst te gaan, destijds een school met veel aandacht voor kunst en cultuur. Ik voelde mij daar als een vis in het water en deed graag mee aan de talentenjachten, school musicals en speelde in het schoolorkest. Inmiddels had ik mijn harp ingeruild voor een basgitaar, wat natuurlijk veel stoerder was als 15-jarige, en ik speelde in diverse bandjes waar ik ook mee optrad. 

Helaas wordt er tegenwoordig in zowel het voortgezet onderwijs als in het basisonderwijs steeds minder aandacht besteed aan muziek en cultuureducatie. Het doet mij dan ook een beetje pijn dat er waarschijnlijk meer dan genoeg kinderen, net zoals ik, dyslectisch zijn en niet de kans krijgen om uit te vinden waar hun talenten liggen. Cultuureducatie verdient een belangrijke plek in het basisonderwijs om de culturele loopbaan van leerlingen te bevorderen, om kunst en cultuur toegankelijk te maken en kinderen voor te bereiden op deelname aan de maatschappij. Het is niet vanzelfsprekend dat kinderen in hun vrije tijd op muziekles gaan, vaak een gebrek aan financiële middelen.

Muziek heeft altijd een rode draad door mijn leven gevormd en heeft ervoor gezorgd dat ik ben geworden wie ik nu ben. Afgestudeerd van het HBO, werkzaam bij Poppodium de Meester (waar mijn rocksterren carrière ooit begon en ook weer eindigde), als freelance (muziek)fotograaf en natuurlijk als productieleider bij Groot Wild.