Frontier Town - door Alexander del Prado | Gastblog 4 |

- Dit blog is geschreven door Alexander del Prado, singer-songwriter en bandleider van ‘the assorted travellers’. -

Frontier. Het is een Engels woord dat niet goed naar het Nederlands te vertalen is. Het omschrijft het laatste bewoonde gedeelte van een gebied voordat het verandert in een verlaten wildernis. Vanaf de ontdekking van het Amerikaans continent tot aan het eind van de 19e eeuw verschoof de frontier gestaag van de oostkust verder naar het westen, tot het jaar 1890. Toen besloot men dat er geen gebieden meer bestonden die wild en verlaten genoeg waren om de term te rechtvaardigen, en werd de frontier officieel gesloten. Maar gedurende het bestaan van dit geheimzinnige grensgebied bestond er onder velen de uitgesproken wens om er te gaan wonen. To start out West.

Ik stel me voor dat wanneer iemand destijds kenbaar maakte dat hij of zij de wens had om naar het westen te trekken er reacties konden worden verwacht als, ‘echt? Waarom dan? Er is daar toch niks?’
En in zekere zin wás er ook niks. Er was geen kerk, geen theater, geen nachtleven. Sterker nog, er waren geen winkels, geen publieke voorzieningen en er stonden geen huizen. En toch gingen ze. Duizenden, nee, honderdduizenden mensen. Ze kwamen uit New England, uit Virginia, uit de Carolina’s. En ook uit Ierland, Schotland, Engeland, Duitsland en alle andere Europese landen. Ook uit Nederland. Over de beweegredenen van deze pioniers zijn talloze boeken geschreven. Sommige daarvan staan in mijn boekenkast; veel ook niet. Hoe dan ook, ze gingen. Iets riep ze. Iets tussen alles en bijna niets. (Iets tussen Amsterdam en Emmeloord?)

  The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

Als je wilde bidden dan kon dat onder een tentzeil. Wilde je een kerk, dan moest je die zelf bouwen. De planken moest je ook zelf zagen. Er was niks. Alles kon nog gemaakt worden. Alles moest nog gemaakt worden. En dat deden de mensen. En als zodanig bepaalden ze zelf hoe deze nieuwe wereld eruit kwam te zien.
En zo veranderden huifkarren in huizen, huizen werden kleine dorpjes, dorpjes werden steden. Bakens van... nieuwigheid, in een eindeloze zee van gras waar nu Texas, Kansas, Oklahoma, Nebraska, Montana, North-Dakota en South-Dakota liggen. De prairie. The Great Plains.

Misschien waren de eerste ‘kolonisten’ in Flevoland wel uit hetzelfde hout gesneden als de mensen die destijds de oceaan overstaken, naar Amerika, en toen steeds verder naar het westen trokken. In Flevoland was er namelijk ook niks. Hier kon ook alles. Kán alles.
Mijn ouders kwamen hier wonen in 1991, een jaar voordat ik werd geboren. Toen was Almere al lang niet meer het kamp op de rand van de wildernis, de frontier town, die ze aan het allereerste begin was. Er was al een winkelcentrum, een filmhuis en er waren een paar kroegen. Maar een grote stad was ze zeker niet, o nee. Misschien was het wel Abilene, Kansas, of Laredo, Texas. Of Omaha, Nebraska.

En ik snap ook wel dat de vergelijking een keer ophoudt. Om Almere als setting voor een western te gebruiken moet je wel goed gaar zijn. En laat ik meteen van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat ik vind dat ons stadhuis (én de Voetnoot) qua architectuur aan een Sovjet- politiebureau doet denken. Maar als ik dan de oude foto’s van settler’s in Nebraska of Kansas bekijk, zwart-wit, met aangekoekte modder op hun laarzen, en ik hou ze naast de nieuwere foto’s van de eerste polderpioniers, dan denk ik vooral, ‘wauw, ze lijken op elkaar man. Cool.’

  Polderwerkers omstreeks 1944.

Polderwerkers omstreeks 1944.

Muziek, de rode draad | Luchtalarm Blog 3 |

 - Dit blog is geschreven door Melissa Duijn, Productioneel verantwoordelijke bij Groot Wild -

Het heeft mij welgeteld anderhalf uur geduurd voordat ik de eerste zin op papier heb gezet. Achterblijven kon ik niet, zowel Biza als Chantal gingen mij al voor, er moest een blog van mijn hand komen. Sinds deze wetenschap kijk ik er al enorm tegen op. De normaal zo nuchtere en redelijk stressbestendige ik krijgt hier toch wel de kriebels van. Waarom? Ik ben dyslectisch.

Al sinds mijn jeugd merkten mijn ouders en basisschool-docenten dat ik anders was. Zelfs al in de kleuterklas bleek dat ik anders functioneerde dan de rest van de kinderen. Toen ik afgelopen week mijn kamer in het ouderlijk huis opruimde kwam ik allemaal kunstwerkjes tegen van toen ik jong was. Het merendeel van de tekeningen was ondertekend met Assilem, Melissa achterstevoren geschreven, en ook nog in spiegelbeeld. Graag had ik jullie willen vertellen dat ik toen al mijn kunstwerken maakte onder deze koele pseudoniem, maar helaas was de oorzaak dyslexie.

Toen mijn klasgenootjes begonnen te lezen in groep drie en binnen no-time door de AVI-niveaus heen schoten, bleef ik zwaar achter. Tot mijn frustratie had ik met lezen de grootste moeite, met schrijven al helemaal. Zowel van mijn ouders als remedial teachers kreeg ik dagelijks bijles tot aan groep 8. Toen ik in groep 8 de veelbesproken Cito-toets maakte kwam daaruit dat mijn lezen en schrijven ver onder het gemiddelde lag. Vanuit de basisschool kreeg ik een IVBO (individueel voorbereidend beroepsonderwijs) advies voor de middelbare school, terwijl mijn rekenen en ruimtelijk inzicht juist boven het gemiddelde lagen.

22140407_10155247651569032_1355031845_o.jpg

Ondanks dat ik me onzeker voelde en soms werd uitgemaakt voor dom omdat ik nog op AVI-Niveau 6 las in groep 8, heb ik wel een fijne basisschooltijd gehad. In groep 6 heb ik mijn grootste liefde leren kennen, muziek. Na algemene muzieklessen op het CKV kreeg ik de mogelijkheid van mijn ouders om mij te specialiseren in het bespelen van een muziek instrument; harp. Eindelijk had ik iets gevonden waar ik wél in excelleerde en beter in was dan de ‘rest’. Mede door muziek te maken heb ik meer zelfvertrouwen gekregen en vond ik iets waarin ik mij kan uiten en niet ‘anders’ door voelde.

Toen ik naar het voortgezet onderwijs ging, pleitten mijn ouders ervoor dat ik in mocht stromen in een HAVO/VWO-klas. Dit lukte en ik koos ervoor om naar het Helen Parkhurst te gaan, destijds een school met veel aandacht voor kunst en cultuur. Ik voelde mij daar als een vis in het water en deed graag mee aan de talentenjachten, school musicals en speelde in het schoolorkest. Inmiddels had ik mijn harp ingeruild voor een basgitaar, wat natuurlijk veel stoerder was als 15-jarige, en ik speelde in diverse bandjes waar ik ook mee optrad. 

Helaas wordt er tegenwoordig in zowel het voortgezet onderwijs als in het basisonderwijs steeds minder aandacht besteed aan muziek en cultuureducatie. Het doet mij dan ook een beetje pijn dat er waarschijnlijk meer dan genoeg kinderen, net zoals ik, dyslectisch zijn en niet de kans krijgen om uit te vinden waar hun talenten liggen. Cultuureducatie verdient een belangrijke plek in het basisonderwijs om de culturele loopbaan van leerlingen te bevorderen, om kunst en cultuur toegankelijk te maken en kinderen voor te bereiden op deelname aan de maatschappij. Het is niet vanzelfsprekend dat kinderen in hun vrije tijd op muziekles gaan, vaak een gebrek aan financiële middelen.

Muziek heeft altijd een rode draad door mijn leven gevormd en heeft ervoor gezorgd dat ik ben geworden wie ik nu ben. Afgestudeerd van het HBO, werkzaam bij Poppodium de Meester (waar mijn rocksterren carrière ooit begon en ook weer eindigde), als freelance (muziek)fotograaf en natuurlijk als productieleider bij Groot Wild.

Rotterdam versus “bijna 020” - door Aukje Dijkstra-Kroon | Gastblog 3 |

- Dit blog is geschreven door Aukje Dijkstra-Kroon, theatermaker en Rotterdamse in hart en nieren. -

Almere. Waar vroeger alleen nog maar water was, is nu een stad. Oftewel, toen ‘wij’ met schip en al Rotterdam uitvoeren, eeuwenlang, bestond Almere uit een beetje mos op de bodem van het IJsselmeer.

Als rasechte Rotterdammer ben ik in zoverre geïndoctrineerd dat ik niet snel in 020 oftewel Amsterdam te vinden zal zijn. Een stad heel dichtbij 020 waar ik regelmatig een 020se tongval hoor is dan ook niet de eerste plek waar je me snel zal vinden, zou je in eerste instantie denken. Maar toen leerde ik Chantal kennen en daarbij natuurlijk Almere. En toen begon mijn ‘hardvochtige blik’ jegens deze stad (niet het accent) te vervagen. Het was dan ook een wonderlijk genoegen naar ‘2089’ te komen kijken en hierbij heel de stad door te mogen ploegen. Met mij had ik mijn hele Rotterdamse man met zijn hele Rotterdamse nicht meegenomen.

Tijdens het wandelen door de stad, hoorde ik de ene na de andere anekdote voorbij komen over Almere. 'Hm, dit lijk wel ‘n soort van Pleinweg? Ja toch? Ofnietdan?’ ‘Effe serieus, ’t heb er wel iets van weg ja.’ En ‘Kijk, bushokkies. Dan is dit zeker een soort van het Zuidplein van Almere.’ ‘Je zou het denken he.’ Of 'Dat plassie wel groot zeg.’ ‘Ik vind de Kralingse Plas toch mooier hoor.’ Tot slot ‘Kijk! Ze hebben hier ook gewoon een Zara! Net als bij ons!’

Door de behoefte Almere met Rotterdam te vergelijken, ontdekte ik dat er eigenlijk helemaal niet zoveel anders is. Almere is gloedjenieuw. Een stad die ongeveer 40 jaar geleden is begonnen met bouwen en sindsdien niet meer is gestopt. Wij zijn ook niet meer gestopt met bouwen sinds de wederopbouw en daarom heeft Rotterdam een dergelijke moderne uitstraling net als Almere.

rotterdam-1611943_1920.jpg

Maar qua infrastructuur heeft Almere bij mij nog een streepje voor. Waar je in Rotterdam soms moet uitkijken dat je niet met je giechel tegen een tram aanfietst, heeft elk soort vervoer een eigen baan in Almere. De busbaan heeft zelfs een soort stoplichtje! Almere is perfect georganiseerd. Ik word er stiekem een beetje rustig van als ik erover nadenk hoe gestroomlijnd deze stad is opgezet. Ik zal dan ook gewoon eerlijk toegeven dat ik ondertussen graag in Almere kom.

Toen ik een tijdje geleden als living statue mocht werken in Almere, irriteerde ik me toch enorm aan dat 020e accent dat vaak gepaard gaat met kinderen in een Ajax shirt. Maar toen ik op de terugweg naar huis voor de 1000e keer in de file stond omdat Feyenoord thuis had gespeeld, begon mijn loyaliteit naar Feyenoord ook te wankelen. Ik bedacht me dat het me eigenlijk allemaal aan mijn reet zal roesten. Ik heb helemaal niets met voetbal, waarom maakt het me uit wat voor een t-shirt een kind aanheeft en of Feyenoord of Ajax deze keer landskampioen wordt.

Daarnaast, wat heeft Almere eigenlijk met Amsterdam te maken? Ik heb deze stad leren kennen als een op zichzelf staande stad welke staat voor vernieuwing, moderniteit en overzicht. Ik zou er zo willen wonen als het wat dichterbij zou zijn. Ik zie al uit naar de volgende wandelvoorstelling van Groot Wild waardoor ik de stad nog iets beter kan leren kennen.

Groots én Wild | Luchtalarm Blog 2 |

- Dit blog is geschreven door Chantal Demarteau, verantwoordelijke voor de artistieke lijn van Groot Wild -

Almere is op zoek naar samenhang. Dat is ook niet zo gek voor een stad die vorig jaar nog maar veertig lentes jong was. Een stad ‘maken’ is het probleem niet. Men kan in principe midden in de polder een bouwproject starten waarmee een nieuwe stad is geboren. Maar hoe creëer je een identiteit en verbondenheid binnen een stad? Hoe breng je sociale cohesie tot stand? Groot Wild bestaat in de kern uit drie rasechte Almeerders die deze vraag vaak aan elkaar en aan zichzelf gesteld hebben. Hoe we tot stand zijn gekomen is een veelgehoorde vraag en daar poog ik in dit blog antwoord op te geven.

Onvrede als inspiratiebron
Ik zal maar direct toegeven dat de wens om een organisatie te starten voortkwam uit onvrede. Ik miste in Almere culturele en sociale samenhang. Er waren verschillende culturele eilandjes maar deze hadden nauwelijks interactie met elkaar. Ook de Almeerder zelf had, naar mijn idee, weinig binding met de stad, laat staan met het culturele aanbod. De continue confrontatie met dat alles was zowel irriterend als inspirerend. Nu ik er zo over nadenk was de basis voor mijn onvrede geboren tijdens het schrijven van mijn masterscriptie in 2010; een onderzoek naar de potentie van Almere om culturele hoofdstad van Europa te worden in 2018. Hierin kwamen onderwerpen naar voren als de invloed van cultuur voor New Towns maar ook wat het cultuuraanbod bij kan dragen aan burgerschap en stedelijke identiteit.

Cultuur als cement van de samenleving
Een groot aandeel van mijn scriptie bestond uit interviews met verschillende mensen uit het Almeerse culturele veld. Zij beaamden mijn these; cultuur fungeert als ‘cement van de samenleving’. Kunst zorgt voor ontmoetingen tussen inwoners van een stad, die ontmoetingen leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van de identiteit van de stad.
Waar bleven die ontmoetingen dan? Hoe kun je ontmoetingen creëren wanneer je in een stad voornamelijk aanbod hebt dat zich afspeelt in een theaterzaal? Daar moest naar mijn idee verandering in komen. En ja, daar voelde ik haast bij. Als Almeerder, als podiumkunstenaar en als vrouw met ambitie was deze drang onontkoombaar.

GrootWild-4052.jpg

Culturele identiteit van Ally
Almere moet haar culturele identiteit nog gaan ontwikkelen. Op dit moment kijkt Almere nog te veel naar andere grote steden als haar grote voorbeeld. Naar mijn idee moet Almere juist kijken naar wat haar onderscheidt ten opzichte van andere steden, wat ons bezighoudt en bij elkaar brengt. Hier moeten de cultuurmakers op insteken zodat het culturele aanbod bijdraagt aan de (culturele) identiteit van Almere. Dit betekent dat het van belang is dat de cultuurmakers uit Almere komen of ten minste een sterke band hebben met de stad. 

De geboorte van Groot Wild
In 2013 ontstond het idee voor het oprichten van een organisatie. Ik had de behoefte om de vragen en thema's die in mijn hoofd bleven rondslingeren onder één noemer tot uiting te kunnen brengen. Toentertijd was het nog niet duidelijk dat het Groot Wild zou gaan heten. Het heeft lang geduurd voordat we een definitieve naam hadden gekozen. Het kiezen van een naam is ook heel ingewikkeld. Het is alsof je een naam voor je eigen kind moet verzinnen. En net als een kind wil je een organisatie wel een naam geven die bij haar past. Ze zit er immers haar hele leven mee opgescheept en het is bepalend voor haar imago. Je wilt natuurlijk dat zij zich ook in haar pubertijd en adolecentie en uiteindelijk in haar volwassen leven nog prettig voelt bij haar naam. Het was dus zaak om onze missie helder te hebben alvorens wij onze naam zouden bepalen. Uiteindelijk hebben wij na vele brainstormsessies besloten dat ze Groot Wild zou gaan heten.

Verbinding
Ik wilde weg van de gebane paden van de podiumkunsten. Ik wilde de wildernis in op zoek naar verbinding met Almere in thematiek, locaties en bewoners. Weg van de hokjes waarin de verschillende diciplines opereren op weg naar een gezamenlijke- brede kunstbeleving. Theater zonder drempels, theater dat zichtbaar is voor iedereen. Geen theater met grote woorden maar met Grote daden. Verbinding is het sleutelwoord.

Groot Wild
Groot Wild denkt niet in hokjes maar staat voor diversiteit zowel in disciplines, leeftijden en culturele achtergronden. Diversiteit als afspiegeling van de Almeerse samenleving. Theater over het hier en nu en daarmee theater dat de stad vertegenwoordigd zoals zij is; een New Town, een grote stad,  een diverse stad in ieder opzicht. 

Nu kan ik dat doen, met Groot Wild, met mijn twee collega's: Biza en Melissa, met de missie die we hebben en met Almere en al haar mogelijkheden.  Wij maken de stad, de stad maakt ons.

Alsof je op safari bent met een stel apengapers - door Beri Shalmashi | Gastblog 2 |

- Dit Gastblog is geschreven door Beri Shalmashi. Beri is schrijver, regisseur en programmaleider bij Avanti Almere. -

Het was een natte dag, maar die hebben we wel vaker in Nederland. Mijn zusje en ik, nee niet die van Groot Wild, maar die andere, liepen mee met een groepje bezoekers van 2089 – een wandelproductie. Stiekem kwam ik vooral om ons zusje Biza te supporten. Want ik houd niet zo van wandelproducties, dacht ik. Ik zit het liefst met mijn billen op een stoel terwijl zangers, acteurs en muzikanten zich voor me uitsloven op de bühne. Zo’n productie waarbij je wandelt van het een naar het ander, het lijkt alsof je op safari bent met een stel apengapers en iedereen kan je zien apengapen tussen het winkelende publiek.

Maar 2089 was niets van dat. 2089 was hilarisch, prachtig, verrassend: het festival-achtige polsbandje dat je kreeg, de muziek, de verhalen, de sfeer, de locaties, de dans. De grootste verrassing van de hele middag vond plaats in een leegstaand winkelpand, midden tussen het shoppende publiek. We mochten naar binnen op een plek waar ik nog nooit was geweest en na alle toeters en bellen en pracht van de andere minivoorstellingen, kon weinig mijn verwachtingen nog overtreffen. Maar dat lukte. Moeiteloos.

Er was een minishow die me het gevoel gaf alsof ik heel ver van Almere was, en juist midden in de diverse stad tegelijk. Echt tussen de mensen. Daar zat ik dan op de vloer van een leeg pand, bovenuit iedereen te klappen. De kleuren, de muziek, het licht, de kleding. Tientallen kinderen in kleurrijke outfits dansten op vrolijke, bombastische muziek. We zaten ineens in een Bollywoodfilm.

 Bollywood dansgroep  Desi Rhythms  tijdens de wandelvoorstelling '2089'.

Bollywood dansgroep Desi Rhythms tijdens de wandelvoorstelling '2089'.

Ik dacht dat ik Almere goed kende, maar dat er jonge talenten zijn die ons zo even mee naar de meest fascinerende industrie van India transporteren, dat had ik niet verwacht. Het was een wilde show, met glitters en bloemen toe.

En toen stonden we ook zo weer buiten. Terug in het centrum van Almere. De zon scheen, de muziek echode nog door mijn hoofd. Een Hindoestaanse vrouw liep met haar boodschappen vlak langs ons en ik zweer, ze neuriede een deuntje uit de voorstelling. Er dwarrelde wat glitter neer. De stad werd weer een beetje mooier.

Ik houd niet zo van wandelproducties. Maar 2089 zette de binnenwereld van Almeerders zo buiten neer, midden in de stad. Daar houd ik van, dat je even een kijkje mag nemen bij de ander. Dat je de rijkdom van Almere met elkaar deelt. Ik hoop dat Groot Wild in 2089, het jaar waarin de overkoepelende voorstelling zich afspeelde, zich nog steeds bezig mag houden met de verhalen van Almere. Met alle bandjes, dansgroepen en Bollywoodsterren die de stad tegen die tijd heeft weten te verzamelen.

 

Almere, m’n kleine zusje - door Irma Scherpenkate | Gastblog 1 |

- Dit Gastblog is geschreven door Irma Scherpenkate, online editor en vertaler, houdt van eten, maar kookt amper en kent Almere op haar duimpje -


Almere is voor mij als een klein zusje: ik geef liever niet toe dat het een plek in m’n hart heeft, maar als de beledigingen te erg worden, deins ik er niet voor terug om iemand op ‘t schoolplein op z’n smoel te slaan.

En weet je? Ik geef toe: het is wel echt lekker om op een randstedelijke afterparty na “Al die prefab-woningen, één grote, grijze cultuurloze bende. Noem één iemand - behalve Ali B. - die uit die stad komt“ nog even een duit in het zakje te doen “Fúcking veel treinstations ook. En weet je Annemarie Jorritsma nog? Die kocht dus stiekem altijd het hele SlimFit-schap van de Ap leeg!” Maar sooner or later hoor je altijd “Hé, kwam jij daar zelf niet ook gewoon vandaan?” En daar sta je dan, op je moeilijk kijkend, op je lip bijtend te bedenken of je de verwantschap gaat toegeven en zo ja, in welke mate. “Uh, nog een drankje? Iemand?”

Maar jezus, wat is dat eigenlijk hypocriet. Ik houd van die stad, nu misschien nog wel meer dan toen ik er nog woonde. Toen Almere in de jaren ‘70 werd geboren, was er niet veel aan. Er was potentie om iets moois te worden, dat wel. Maar let’s face it: als je naar (andermans) baby kijkt, zie je toch ook gewoon een lichtroze blob en ergens een verre gelijkenis met iets dat ooit een mens wordt? Het wordt pas écht interessant wanneer ze gaat puberen.

Almere wil dansen. Smerige beats en harde hiphop wil ze horen, maar veel meer dan een paar danscafé’s op de Grote Markt was er niet. Natuurlijk heeft ze zich daar ook vermaakt, maar de muziek die ze thuis zo graag luisterde was op de vrijdag- en zaterdagavond ver te zoeken. Gelukkig waren de jongens van Drumpatroon niet te beroerd wat streetspice toe te voegen aan het Almeerse uitgaansmenu. Wat ooit begon als een huisfeestje, groeide al snel uit tot een avondvullend programma waarmee een grote groep jonge mensen werd voorzien van hun maandelijke dosis verses en rhymes van grote Nederlandse maar ook Amerikaanse hiphop-artiesten.

Alleen muziek luisteren is niet genoeg voor Almere. Nee, nu ze geproefd heeft van de (straat)cultuur, hang ze heerlijk dwars en tegendraads ze met artlabs zoals BG 22-24 en culturele projectgroepen (Loods4 en Groot Wild). Ze flirt met de straatkunstenaars van Kamp Seedorf, die op geheel eigen wijze de liefde verklaart aan Almere. Van muurschilderingen die de schimmige viaductjes opleuken, tot heuze Kamp ALLY-shirts. Maar Kampie houdt niet alleen van Almere en dat is meer dan vergeven. Want hoe nice is het dat jonge gasten zoals Kamp Seedorf nationale en internationale bekendheid scoren met de tekeningen van vette bekken, leidende en lijdende politici (al dan niet fictief) en andere muzikale of sportieve iconen?

Zoals iedere puber, waagt ook Almere zich aan het rebelleren. En welke evenementen kan je nu beter aangrijpen om even lekker te rellen dan bij sportwedstrijden? Ik kan nog uren doorgaan over waarom de Allyminati (de harde kern van de Almeerse Hockeyclub-supporters) de mooiste representatie van twintigers en jonge dertigers uit Almere is. Ieder weekend zo fucking hard schreeuwen voor je ploeg, ook al zijn ze niet de beste uit de klasse. Met een kater in de vieze Nederlandse zeikregen, zelfverzonnen liedjes zingen en illegaal vuurwerk afsteken. Om daarna de lege bierblikjes allemaal netjes in de prullenbak gooien want ja, het is wel je clubbie, hè!

Ook fashion-wise is Almere gegroeid. Ze haalt haar outfits niet bij de mainstream modeconcerns, maar bij een ware conceptstore met fucking vette shit. Kleding van alle merken van je favo instagraminfluencer, alles voor in huis, op je hoofd en aan je vingers kon je bij Hard Bitten and the Others vinden. Kón, ja, want ik vermoed dat de exorbitante huren van het winkelcentrum de winkel de das om heeft gedaan. Wanneer de grootste pestkop op het schoolplein iedere maand onredelijk veel van jouw zuurverdiende hijtje-voor-kawijtje-geld afpakt, kan je er net zo goed mee ophouden. Kan dáár dan verdomme niets aan gedaan worden?

Er zijn nog veel meer mensen en initiatieven die de stad groots(er) gaan maken. Je kan terugdenken en refereren aan de tijd dat Almere nog een beugeltje had en een pleister op haar bril voor haar luie oog, maar Almere wordt een lekker wijf. Ik weet het zeker. Je ziet het nu al. Voor je 't weet staan alle cool kids aan de deur (Amsterdam schurkt ook al steeds meer tegen haar aan) om stiekem met 'r te zoenen in ‘t skatepark, maar nu moet ze gewoon nog even de ongemakkelijke puberfase door.