Rondrennen | Luchtalarm Blog 8 |

- Dit blog is geschreven door Miriam Mikkers, leesconsulent bij De nieuwe bibliotheek, eindredacteur bij Jong in Almere en boekblogger bij Just One More Book.

Een tijdje terug heeft Groot Wild mij benaderd om een blog te schrijven, wat ik ontzettend tof vind. Maar ik moet je ook eerlijk bekennen, ik vond het moeilijk! Waar ga ik het over hebben? Over de culturele sector, mijn eigen werk in de bibliotheek? Ik besloot om beiden te doen. Sinds mijn 17e, ik ben nu 27 jaar, heb ik gewerkt in de culturele sector van Almere. Ik heb stage mogen lopen bij theater & cultureel centrum de Glasbak en bij Talent Academy. Misschien heb je mij nog rond zien rennen bij Poppodium de Meester, Popronde of op Bevrijdingsfestival Almere. Momenteel ren ik nog steeds, maar dan in de nieuwe bibliotheek Almere. Een paar jaar geleden besloot ik de opleiding te volgen om bibliothecaris te worden. En ja, de opleiding bestaat echt. Ik vind lezen namelijk leuk en fijn en heerlijk en ga maar door. Ik zet mij nu minder in voor de jongeren in de cultuursector maar des te meer om de jongeren in de bibliotheek te krijgen. Een hele uitdaging (ik weet het) en dan ga ik nog niet eens beginnen over leesbevordering.

In januari 2018 kwam het grote nieuws naar buiten. De kranten stonden er vol mee en het was overal op het nieuws. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat jongeren steeds minder boeken zijn gaan lezen. In 2006 las 65% procent tieners thuis nog af en toe een boek. In 2016 was dat 40% van de jongeren; dat is minder dan de helft. Verder is er ook een daling te vinden bij de jongvolwassenen. Dat is namelijk teruggelopen van 87% naar 49% in 2016. De grote vraag die ik mezelf dagelijks stel is: hoe kunnen we de bibliotheek weer cool, hip, tof en awesome (of welke woorden er nu ook gebruikt worden) maken onder de jongeren? Hebben we nog steeds het suffige en stoffige imago onder de jongeren?

 Miriam Mikkers, met een t-shirt van de READ community aan.

Miriam Mikkers, met een t-shirt van de READ community aan.

Helaas heb ik hier het concrete antwoord niet op, sorry. Maar dat de nieuwe bibliotheek zijn best doet? Zeker weten. Binnenkort bestaat ons nieuwe filmhuis 5 jaar, is er afgelopen mei de nieuwe Hackerroom geopend, bestaat er een READ community én heeft de bibliotheek een aantal oplaadpunten voor je mobiel. Oh, en een heleboel boeken. Want daar draait het nu toch allemaal om? Natuurlijk. Lezen, literatuur, lezen voor de lijst, allemaal saai. Nee. De nieuwe bibliotheek is er voor iedereen om van alles te kunnen doen: om films te kijken, te gamen, boeken te lezen, een voorstelling te kijken, voorgelezen te worden en nog zoveel meer. We gaan mee met de tijd en natuurlijk moeten we de boeken niet vergeten, maar de bibliotheek is meer dan alleen boeken.

Je zult mij zien rondrennen in de bibliotheek, op bassischolen en  op middelbare scholen om het leesplezier te vergrote. Ook online ga ik aan de slag voor onze Almeerse jongeren, als eindredacteur voor JonginAlmere. Ik ben er nog lang niet, bibliotheek en jongeren. Maar ik ga mijn best doen, beloofd.

 

Is er echt zo weinig te beleven in Almere? | Luchtalarm Blog 7 |

- Dit blog is geschreven door Danitsja Scharn-Koster, allround redacteur en producer. -

Vlak voor de zomer kwamen de berichten over de Cultuurindex naar buiten. Almere brengt het er niet goed vanaf. Met een beschamende 49e plaats bungelen we onderaan de lijst van grootste gemeenten in Nederland. Is er dan echt zo weinig te beleven in deze stad?

Wanneer ik in het centrum loop ben ik elke keer weer verbaasd hoeveel er in Almere word georganiseerd. Festivals, musicals, comedy, toneel, muziek en noem het op. Als je weet waar te kijken kan je elk weekend hier blijven en hoef je je niet te vervelen. Plekken als KAF en de Meester zitten regelmatig afgeladen vol. De verschillende theatergroepen doen hun best de voorstellingen aan de man te brengen en zelfs in de Nieuwe Bibliotheek staat de evenementenkalender vol. Hoezo staat Almere op plek 49?

Sinds mijn 16e ben ik al betrokken bij allerlei culturele en mediagerelateerde initiatieven, grotendeels in Almere. Daarom weet ik dat er echt wel wat te beleven is in deze grote stad. Er zijn talloze initiatieven voor en door Almeerders, dat is denk ik zowel de kracht als de valkuil. Grote namen komen gelukkig ondertussen wel naar het KAF en de Meester of grote evenementen, maar de meeste andere initiatieven op het gebied van muziek en toneel moeten het hebben van lokale acts. En dan is de zaal soms slechts gevuld met de moeder van de hoofdact en drie actief betrokken Almeerders. Dat is zo zonde!

 Scène uit de futuristische stadswandeling '2089' van Groot Wild, door de Bertus Big Band.

Scène uit de futuristische stadswandeling '2089' van Groot Wild, door de Bertus Big Band.

Almere is op het gebied van cultuur een lastige stad. De gemeente lijkt het niet echt als grote prioriteit te zien, er zijn veel huishoudens waarin cultuur om allerlei redenen niet belangrijk (genoeg) is en veel cultuurminnaars trekken naar Amsterdam om aan hun trekken te komen. Prachtige voorstellingen van onze lokale theatergroepen, initiatieven op het gebied van cultuureducatie en optredens van Almeerse cultuurmakers worden daarmee vaak over het hoofd gezien. Dat terwijl er echt hele mooie dingen worden gemaakt!

Hoe kan dat anders? Support your local heroes zoals ze dat in Amerika zo mooi zeggen. Steun lokale initiatieven, ga eens hier naar het theater in het KAF en daarbuiten, nodig eens iemand uit om iets nieuws te verkennen op cultureel gebied. De politiek blijft in mijn mening te passief om Almeerse cultuur tot een wezenlijk onderdeel te maken van het DNA van de stad. Wij als inwoners met een mooie toekomstvisie voor de stad kunnen hier verandering in brengen.  Dus kruip vandaag achter de laptop en telefoon en schrijf je in voor de nieuwsbrief van Corrosia, plan een avondje naar een van de vele theatervoorstellingen van Groot Wild/Suburbia/SubSub/Bonte Hond, koop een kaartje voor een muzikale avond in de Meester of nodig iemand uit om een van de vele culturele festivals als de Popronde te bezoeken. Een betere wereld begint bij jezelf, ik duik vast in de agenda van het VVV.

Het kan Friezen, het kan dooien | Luchtalarm Blog 6 |

- Dit blog is geschreven door Daniëlle Petter, online redacteur bij Omroep Flevoland. -

Nee, dit blog gaat niet over het weer. Alhoewel daar op het moment genoeg over te schrijven valt. Dit gaat over Friezen, met een F dus. Want ik moet iets bekennen. Ik krijg namelijk altijd een beetje de kriebels als ik mensen Fries hoor spreken. En dat vind ik vervelend, want die paar Friezinnen die ik de afgelopen jaren heb ontmoet bleken al vrij snel de tofste, hartelijkste, spontaanste en grappigste vrouwen in de wijde omtrek. 

Maar wáárom nou toch dat Fries? En belangrijker nog, waarom stoor ik me aan dat taaltje? Het is een beetje een gekke taal, voor mensen die (soort van) ABN spreken. Want het lijkt op Nederlands en er zitten andere woorden en vreemde accenten tussen. Dus je verstaat het half maar het gaat vaak te snel. Maar dat is de reden eigenlijk niet. Ik vind het vooral heel bijzonder dat die taal blijkbaar in stand moet worden gehouden en dat er in Friesland serieus zo met elkaar wordt gesproken. Stiekem dacht ik dat alleen een paar verstokte bejaarde Friezen dat nog serieus namen. 

Niet dus, ook die hippe spontane vrouwen nemen het serieus. Zo erg dat ze hun Almeerse kinderen ook in het Fries aanspreken. Neem een oud-buurvrouw bijvoorbeeld. Haar man Turks, zij Fries en dus werden de kinderen 3-talig opgevoed. Ja echt! Nederlands, Turks en Fries spraken ze met elkaar. Diep respect, want dat moet heel wat voeten in de aarde hebben gehad. De vader en moeder van de oud-buurvrouw spraken gewoon vloeiend Nederlands, dus de achterliggende reden kan niet zijn geweest dat het nodig is voor het contact met de opa en oma.

Conclusie: die taal moet dus wel heel belangrijk voor ze zijn. Ik moet eerlijk toegeven, ik ben nooit diep in de materie gedoken, en ik heb het ze eigenlijk ook nooit gevraagd hoor. Wat ik er verder van vind doet er namelijk helemaal niet toe. Maar het zet me aan het denken over wat taal doet met je identiteit. Waar je vandaan komt is natuurlijk belangrijk en de taal die je samen spreekt zegt iets over wie je bent en wie je sámen bent. In Almere hebben wij geen eigen taal natuurlijk, een licht accent misschien. Maar dat is vooral een erfenis van de vele (oud-) Amsterdammers die hier wonen. Verder hebben we misschien wat straattaal maar ik ben geen tiener meer en ik hang ook niet zo veel op straat, dus ik ben daar niet goed van op de hoogte. Misschien gebruik ik het onbewust wel.

 

 Een Hollander zegt meer dan hij weet, een Fries minder. 

Een Hollander zegt meer dan hij weet, een Fries minder. 

 Zo cool als Kamp Seedorf.

Zo cool als Kamp Seedorf.

Ik heb de term Ally eerlijk gezegd ook pas een paar maanden geleden ontdekt. Maar ik ben wel blij dat ik hem nu ken! Want dat is dus precies wat taal kan doen. Ally is een koosnaampje, en je gebruikt geen koosnaampjes voor mensen (of steden in dit geval) die je niet mag. Een koosnaam geeft aan dat je een relatie hebt met iets of iemand. En dat de term Ally nu steeds meer ingeburgerd raakt betekent dat de relatie met onze stad intensiever wordt. We hebben de stad lief, met al haar mooie en minder mooie kanten. Als de ander ook ‘Ally’ gebruikt dan weten we dat we onder gelijkgestemden zijn.

We zijn natuurlijk een uit de grond gestampt dorp met een samengestelde bevolking, we moeten het maar gewoon doen hier met elkaar. Maar steeds meer mensen zijn hier opgegroeid of wonen hier al zo lang, inclusief ondergetekende, dat ze geen speciale binding meer voelen met voorgaande woonplaatsen. Die binding voel ik wel met Almere. De term Ally betekent volgens mij dat meer mensen dat voelen. 

Een duidelijk eigen accent zullen we denk ik nooit krijgen. Qua ligging in Nederland is dat ook niet logisch. Maar een eigen kleine lexicon of een aantal typisch Almeerse uitdrukkingen en gezegden zou wel leuk zijn en de identiteit kunnen versterken. Ik weet, dat soort dingen moeten allemaal op natuurlijke manier ontstaan en groeien enzo. Het moet ziel krijgen, net als de stad zelf volgens vele buitenstaanders. Maar wat als wij in ons korte mensenleven geen tijd hebben om te wachten op organische groei en ziel? We moeten er toch wat van maken. 

Dus ik stel een aantal gezegden voor. Gewoon om onze eigen identiteit en relatie met Ally een boost te geven.
Het bier smaakt nergens zoals in ’t Lievertje (Waaruit blijkt dat in Almere alles beter is)
Alsof je uit het Weerwater gekropen bent (wanneer iemand er slecht uitziet)
Een A6-je doen (wanneer je een totale metamorfose ondergaat)
Cool als Kampie (Kamp Seedorf natuurlijk)
Ach man, ga toch ff een end door het Beatrixpark lopen (Even een tijd uit mijn buurt)
En natuurlijk: Een Herremaatje doen (Broekzakgesprekken of per ongeluk teksten en emoji’s sturen)

Er zijn natuurlijk veel betere te verzinnen maar iemand moet erover beginnen natuurlijk. 
Wie weet worden we ooit nog zo trots als die Friezen. Maar voor nu ben ik al heel tevreden met Ally.
 

Almere I love/hate you (doorhalen wat niet van toepassing is) | Luchtalarm Blog 5 |

- Dit blog is geschreven door Chantal Demarteau, verantwoordelijke voor de artistieke lijn van Groot Wild -

Almere; sinds voorkort een stad waar men nog niet dood gevonden wilde worden. In 2008 werd Almere in een opinie in De Volkskrant verkozen tot de lelijkste stad van Flevoland. Een bold statement vooral omdat waarschijnlijk de meeste mensen die aan het onderzoek hebben deelgenomen nog nooit een bezoekje hadden gebracht aan onze New Town. De toenmalige burgermeester van Almere; Annemarie Jorritsma, liet in het artikel waarin de uitslag van het onderzoek bekend werd gemaakt weten dat het waarschijnlijk inderdaad om een gevalletje ‘onbekend maakt onbemind’ zou gaan. Ze nodigde alle stemmers van de poll, en alle andere mensen die nog nooit in Almere waren geweest, uit om een keer een kijkje te komen nemen.

Misschien is mijn blik ietwat gekleurd betreffende de schoonheid van de stad omdat ik er sinds mijn achtste levensjaar ben opgegroeid maar Almere als lelijkste stad van Nederland bestempelen is zeker onterecht. Natuurlijk moet Almere zich nog gaan vormen, een eigen identiteit gaan ontwikkelen. Opvallend is wel dat de mensen die nu in Almere wonen moeite hebben met verandering. Terwijl dat het ‘risico’ is van wonen in een groeiende stad. Groei is onderhevig aan verandering, en verandering hoeft niet altijd slecht te zijn.

Ikzelf ben sinds mijn 8e niet meer weggeweest uit Almere. Toen ik ging studeren maakte ik dagelijks uitstapjes naar Amsterdam en Rotterdam maar ben altijd in Almere blijven wonen, een centrale en rustige basis. Natuurlijk zag ik ook de voordelen van de andere grote steden waar ik kwam; een bruisend nachtleven, volop culturele evenementen, leuke pleintjes en restaurantjes en een gedefinieerde identiteit, want dat is waar het in Almere nog steeds een beetje aan schort, die gedefinieerde identiteit.

 Publiciteitsbeeld theatertocht & festival OVER/ZICHT, door Fotolinie (www.fotolinie.nl)

Publiciteitsbeeld theatertocht & festival OVER/ZICHT, door Fotolinie (www.fotolinie.nl)

De laatste jaren is er veel veranderd in Almere. Niet alleen zijn er meer huizen en voorzieningen bijgekomen, maar ook het imago is veranderd. In 2017 pakte Almere de titel Beste Binnenstad 2017-2019. “Het Platform Binnenstadsmanagement kent de prijs iedere twee jaar toe aan de stad waar in de binnenstad de afgelopen jaren de meeste dynamiek en vernieuwing heeft plaatsgevonden of waar het beste is gekeken naar de toekomst.

In Almere liggen dus de mogelijkheden maar kan men deze in de praktijk ook bij de hoorns vatten? De laatste Jaren zit het volgens mij wel goed met het ‘bij de horens-vat-gedeelte’. Terwijl Amsterdam uit haar voegen barst krijgen mijn ouders brieven in de bus van Amsterdamse makelaars; “of ze hun huis niet willen verkopen”. Er ontspruiten nieuwe initiatieven van creatieve ondernemers, schieten broedplaatsen als paddenstoelen uit de grond, en komen young professionals na hun studie terug naar Almere omdat zij zich verbonden voelen met ‘hun stad’. Almere is begonnen aan haar nieuwe fase. Een fase waarin het woord is aan een nieuwe generatie creatievelingen die Almere zullen vormen voor de toekomst. Die de felbegeerde identiteit van Almere zullen gaan vormgeven, of beter gezegd, daar al mee bezig zijn.

Mijn ervaring met Almere is dat de mogelijkheden in theorie eindeloos zijn maar dat de praktijk nog even op zich laat wachten. Is dat erg? Nee, dat is niet erg. Maar als maker met ambities is geduld hebben vaak een schone maar ook moeilijke zaak. Stapje voor stapje maken we progressie als stad. Een stad waar nieuwe mogelijkheden zijn maar ook nog mogelijkheden ontwikkeld moeten worden. Geduld is een schone zaak maar ook iets wat bij het creëren van mogelijkheden hoort en daar wil ik graag deel van uitmaken.

Een bitter sollicitatiegesprek | Luchtalarm Blog 4 |

- Dit blog is geschreven door Biza Shalmashi, verantwoordelijk voor de Zakelijke en PR gerelateerde aangelegenheden bij Groot Wild -

Een aantal jaar geleden, niet zo gek lang na m’n afstuderen, had ik een sollicitatiegesprek. Een sollicitatiegesprek voor een fijne functie, bij een toffe organisatie, in een leuke stad. Wat begon als een leuk gesprek bleek een onaangename verassing te bevatten. 

De sollicitatie meneer
Tegenover me zat een man, zo eentje die zichzelf vrij serieus neemt. Zo’n man die zijn handen over elkaar heen vouwt en nog nét de ruimte vindt om aan z’n kin te friemelen terwijl hij keihard zijn best doet om pedant te zijn. Dat pedante kan natuurlijk ook zijn authentieke zelf zijn, in dat geval hoefde hij zijn best niet te doen. Hoe dan ook een fascinerend tafereel. Naast hem zat een vrouwelijke collega, een stiller type, vriendelijk, met vragen die het gesprek aangenaam maakten.

Failliete allochtonen theater
We zaten op het dakterras, de lunchplek waar alle medewerkers van het bedrijf in de pauze hun bammetjes en salades naar binnen werkten. Het dozijn aan medewerkers zag er kurkuma latte-achtig uit. Heerlijk spul, maar je weet waar ik op doel, van die hype gebonden consumenten die dat spul over een jaar echt niet meer drinken. Het briesje van de wind was de reddende factor wat mijn nervositeit betreft, want nerveus was ik natuurlijk wel een beetje. Opeens werd er een vraag gesteld die me naar deed voelen. ‘Ik zie dat je wat ervaring hebt opgedaan in dat failliete allochtonen theater in Amsterdam?’.

Leerschool
Er viel een stilte, zo eentje die gevoelsmatig mega lang duurde. Zijn collega leek ook in shock, maar verbrak de stilte door een glaasje water in te schenken. Ik herpakte mezelf en antwoordde iets in de richting van ‘het MC Theater? Dat is mijn leerschool geweest, naast de opleiding die ik gevolgd heb uiteraard’. Zo beheerst als dat mijn antwoord eruit kwam, zo weinig recht deed het aan hoe de vraag me deed voelen. Het deed me nietig voelen, minderwaardig voelen, als een everlasting misfit binnen de kunsten. Dat misfit gevoel waar MC Theater een dak aan gaf, waar je met alle warmte en inspiratie van dien een thuis kreeg. Een thuis waar ik jarenlang elke dag welkom werd geheten. Een thuis waar een bril van inclusie met een vanzelfsprekende noodzaak werd toegepast. Waar verhalen van iedereen ertoe deden, omdat mensen als gelijkwaardig werden gezien. Een thuis dat ik tot op de dag van vandaag mis.

10688054_771173382924545_1310248820401938872_o.jpg

Ongewenst cadeau
Nu zoveel jaar later zet het me zo nu en dan nog aan het denken. Hoe komt iemand erop om zo’n vraag stellen? Is het arrogantie? Is het onzekerheid? Krijgt hij geen vat op inclusie en culturele diversiteit binnen zijn eigen werk en benauw ik hem? Het bleef lange tijd op een nare manier door m’n hoofd spoken. Het voelde een beetje als zo'n gast die weigert zijn schoenen uit te doen in jouw huis, terwijl hij heus wel weet dat je iets weg hebt van het personage 'Monica' uit de serie 'Friends'. Zíjn vraag is een lange tijd míjn probleem geweest, maar ik wil het probleem niet hebben. Niet op die manier, niet in die hoedanigheid. Het is een ongewenst cadeau, een cadeau van hemzelf en van mij mag hij het houden. 

Macht
De organisatie waar hij leiding aan geeft, lijkt vooral bezig te zijn met inclusie en culturele diversiteit sinds men op de vingers getikt kan worden als er niet voldoende aandacht aan geschonken wordt. Sinds er een ‘Code Culturele Diversiteit’ bestaat dus eigenlijk. Zijn invulling van de code doet me vooralsnog denken aan het probleem zelf; invloeden die vanuit een inclusieve en diverse blik geboren zijn niet serieus nemen. En de artisticiteit die daaruit voortvloeit serieus nemen als hij aansluit op de zijne.
Het zit in de mens als wezen vastgeroest dat we soms opvallend met macht omgaan. Dat we er een handje van hebben om mensen waar we onszelf niet in herkennen als minderwaardig te behandelen. Dat kan doorsijpelen op de werkvloer. Waar mensen met bijvoorbeeld een andere huidskleur weliswaar gecast worden om in een film te spelen, maar vooral in verhalen die het perspectief van de machthebbende partij vertellen. En dan vaak ook in rollen die niet de meest glorieuze zijn. De eigen positie bewakend. Met een machinegeweer in de ene hand om tegenstribbelende underdogs neer te knallen, en met gummiberen in de andere hand om de nederige underdogs zoet te houden. Alles om machtsverhoudingen in stand te houden waar men baat bij denkt te hebben.

Boomerang 
De baan ging overigens naar een andere, meer geschikte kandidaat. Ik neem hem zijn vraag al een hele tijd niet meer kwalijk en ik neem mezelf mijn antwoord ook niet kwalijk. Eigenlijk weet ik helemaal niet wat de motivatie achter zijn vraag destijds was. Misinformatie? Desinteresse? Gilles de la Tourette? Angst voor het onbekende? Ik weet het niet, want ik vroeg er niet naar. En dat is dan tóch zijn cadeau aan mij geweest, het leren loslaten van een worsteling die niet eens de mijne is én het gissen in m'n hoofd leren uitzetten. Zulk soort vragen komen, mede dankzij hem, anders bij me binnen. Minder hard, minder heftig. Zoals hij een aandeel had in de situatie, zo ben ik er ook debet aan. Doordat ik hem geen wedervraag stelde heb ik zijn privilege mede in stand gehouden. Ik had hem een wedervraag willen stellen die hem een beetje zou doen wankelen. Een vraag waar hij iets van geleerd zou kunnen hebben. Eentje die het treurige in zijn bewoording zo hopla terug zou werpen. Als een boomerang die hem op lichtelijk pijnlijke wijze de ogen opent. 

Frontier Town - door Alexander del Prado | Gastblog 4 |

- Dit blog is geschreven door Alexander del Prado, singer-songwriter en bandleider van ‘the assorted travellers’. -

Frontier. Het is een Engels woord dat niet goed naar het Nederlands te vertalen is. Het omschrijft het laatste bewoonde gedeelte van een gebied voordat het verandert in een verlaten wildernis. Vanaf de ontdekking van het Amerikaans continent tot aan het eind van de 19e eeuw verschoof de frontier gestaag van de oostkust verder naar het westen, tot het jaar 1890. Toen besloot men dat er geen gebieden meer bestonden die wild en verlaten genoeg waren om de term te rechtvaardigen, en werd de frontier officieel gesloten. Maar gedurende het bestaan van dit geheimzinnige grensgebied bestond er onder velen de uitgesproken wens om er te gaan wonen. To start out West.

Ik stel me voor dat wanneer iemand destijds kenbaar maakte dat hij of zij de wens had om naar het westen te trekken er reacties konden worden verwacht als, ‘echt? Waarom dan? Er is daar toch niks?’
En in zekere zin wás er ook niks. Er was geen kerk, geen theater, geen nachtleven. Sterker nog, er waren geen winkels, geen publieke voorzieningen en er stonden geen huizen. En toch gingen ze. Duizenden, nee, honderdduizenden mensen. Ze kwamen uit New England, uit Virginia, uit de Carolina’s. En ook uit Ierland, Schotland, Engeland, Duitsland en alle andere Europese landen. Ook uit Nederland. Over de beweegredenen van deze pioniers zijn talloze boeken geschreven. Sommige daarvan staan in mijn boekenkast; veel ook niet. Hoe dan ook, ze gingen. Iets riep ze. Iets tussen alles en bijna niets. (Iets tussen Amsterdam en Emmeloord?)

  The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

The Mosses Speese familie hebben zich, omstreeks 1850, gesetteld in Nebraska.

Als je wilde bidden dan kon dat onder een tentzeil. Wilde je een kerk, dan moest je die zelf bouwen. De planken moest je ook zelf zagen. Er was niks. Alles kon nog gemaakt worden. Alles moest nog gemaakt worden. En dat deden de mensen. En als zodanig bepaalden ze zelf hoe deze nieuwe wereld eruit kwam te zien.
En zo veranderden huifkarren in huizen, huizen werden kleine dorpjes, dorpjes werden steden. Bakens van... nieuwigheid, in een eindeloze zee van gras waar nu Texas, Kansas, Oklahoma, Nebraska, Montana, North-Dakota en South-Dakota liggen. De prairie. The Great Plains.

Misschien waren de eerste ‘kolonisten’ in Flevoland wel uit hetzelfde hout gesneden als de mensen die destijds de oceaan overstaken, naar Amerika, en toen steeds verder naar het westen trokken. In Flevoland was er namelijk ook niks. Hier kon ook alles. Kán alles.
Mijn ouders kwamen hier wonen in 1991, een jaar voordat ik werd geboren. Toen was Almere al lang niet meer het kamp op de rand van de wildernis, de frontier town, die ze aan het allereerste begin was. Er was al een winkelcentrum, een filmhuis en er waren een paar kroegen. Maar een grote stad was ze zeker niet, o nee. Misschien was het wel Abilene, Kansas, of Laredo, Texas. Of Omaha, Nebraska.

En ik snap ook wel dat de vergelijking een keer ophoudt. Om Almere als setting voor een western te gebruiken moet je wel goed gaar zijn. En laat ik meteen van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat ik vind dat ons stadhuis (én de Voetnoot) qua architectuur aan een Sovjet- politiebureau doet denken. Maar als ik dan de oude foto’s van settler’s in Nebraska of Kansas bekijk, zwart-wit, met aangekoekte modder op hun laarzen, en ik hou ze naast de nieuwere foto’s van de eerste polderpioniers, dan denk ik vooral, ‘wauw, ze lijken op elkaar man. Cool.’

  Polderwerkers omstreeks 1944.

Polderwerkers omstreeks 1944.